Welkom op mijn weblog.
Wanneer je wilt reageren, doe dat dan.
Klik op het potlood hiernaast en mail mij.
zondag, 13. mei 2012 - 14:17 uur
God is inconsequent. Of toch niet?
God is inconsequent. Of toch niet…?
De preek van Frank Spee deze morgen (13 mei 2012) heeft zijn uitwerking niet gemist. Hierover nadenkend kom ik tot de volgende overweging
Stelling: God is consequent in Zijn belofte en liefde, maar inconsequent in Zijn oordeel.
In Deut. 21:18-20 gebied God Israël dat de ouders van een weerspannige zoon eigenhandig hun zoon naar de rechtbank moeten brengen en de mannen van zijn stad hem moeten stenigen. (Tussen haakjes: de geschiedenis meldt geen enkel feit dat dit ooit is gebeurd. Ook David deed geen poging Absalom veroordeeld te krijgen. Integendeel hij pleitte: handel zachtkens met de jongeling) Maar in het boek Hosea noemt God Iraël zijn kind en op andere plaatsen zijn zoon.(Efraïm) Hij vermeldt uitgebreid wat die allemaal op zijn kerfstok heeft. Niet te geloven ontrouw en hardnekkige weerspannigheid. En wat krijgt hij er van langs ! ( menselijkerwijs gesproken: ongenadig [lees Hosea 11]) . Maar op het laatste nippertje bedenkt God zich: “Ik zal mijn brandende toorn niet ten uitvoer brengen!”
“Wat krijgen we nu?” denkt u? “ Wel van de ouders van een weerspannige zoon eisen dat zij hun afvallig bloedeigen kind uitleveren aan de rechter om gestenigd te worden en ondertussen zijn eigen ‘zoon’ sparen en de hand maar boven het hoofd blijven houden? Tjongejongejong…onaanvaardbaar inconsequent! Toch?
Ho even! Nog net op tijd herinner ik me de tekst uit Romeinen 8: 31: Als God vóór ons is (zoals Hij ook vóór Éfraïm is en voor mij en jou) Hoe zal Hij, die ZELFS zijn EIGEN Zoon NIET gespaard heeft, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?
Aan wat je anderen oplegt moet je natuurlijk zelf ook voldoen.
Dat is pas liefdevolle Goddelijke consequentie! Niet soms? Mijn stelling kan dus naar de prullenmand!
dinsdag, 1. mei 2012 - 16:02 uur
De hel en Gods geduld

De vorige week is er gedebateerd over de vraag of er wel of geen hel bestaat. Op de keper beschouwd is het onthutsend dat Bijbelgetrouwe christenen daarover überhaupt (om een oerdegelijk nederlands woord te gebruiken) nog kunnen en willen debatteren. Maar goed, het blijkt te kunnen. En daarom is het niet onbelangrijk elkaar te wijzen op wat de Schrift klaarblijkelijk over dit onderwerp zegt.
Dat niet-christenen daarover vraagtekens hebben is nog daaraan toe. Maar dat mensen die zeggen dat ze in Christus hun vertrouwen stellen daarover twijfels hebben zegt toch wel heel veel over hun geloof. In Johannes 14 zegt Jezus tegen zijn discipelen: Jullie geloven in God, geloof ook in mij. Wanneer je gelooft wat Hij over jou heeft gezegd, over het vaderhuis met de vele woningen en over de weg die Hijzelf is en die jou naar die woningen leid, moet je dan zijn woorden die Hij over de hel heeft gesproken betwijfelen? Natuurlijk kan dat, althans er zijn christenen die veronderstellen dat zoiets mogelijk is. Ze menen daar zelfs Bijbelse gronden voor te hebben gevonden. Het lijkt wel alsof 'Jezus' een religieuze supermarkt voorstelt waar je je mandje kunt vullen met die producten die je eigen verwende tong strelen en de rest als niet van toepassing beschouwt. Niemand heeft méér over de hel gesproken dan Jezus Zelf. Waarschijnlijk hebben gelijksoortige ideeën in de dagen van Noach de mensen verblnd. Lees het artikel 'De hel en Gods geduld' door te klikken op bovenstaande link
maandag, 9. April 2012 - 10:53 uur
Pasen, waarom? ... Daarom!
Lees Matteüs 27 vers 39 De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: ‘Jij was toch de man die de tempel kon afbreken en in drie dagen weer opbouwen? Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!’ Ook de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten maakten zulke spottende opmerkingen: ‘Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet. Hij is toch koning van Israël, laat hij dan nu van het kruis afkomen, dan zullen we in hem geloven. Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu dan redden, als hij hem tenminste goedgezind is. Hij heeft immers gezegd: “Ik ben de Zoon van God.”’ Precies zo beschimpten hem de misdadigers die samen met hem gekruisigd waren.
Zichzelf redden kan Hij niet
De rechter van de berucht geworden Puttense moordzaak, vertelde in een interview dat hij als raadsheer van het gerechtshof elk mens, onverschillig welk misdrijf hij ook begaat, met respect behandelt. Als mens heeft hij geen reden zich boven een overtreder van de wet te verheffen en verdient iedereen serieus behandeld te worden. Het mag duidelijk zijn dat van dat respect hier geen sprake is. Noch de rechter, noch de aanklagers, noch de soldaten tonen een greintje medemenselijkheid. Allen laten zich meeslepen in het spel van de duistere satanische machten die kans hebben gezien door te dringen in de gedachten en zinnen van hen die Jezus om welke reden dan ook niet moesten. Hun weerzin tegen Hem begon toen zijn woorden hun afdwalingen en geestelijke armoede aan het licht brachten.
Hun weerzin tegen Jezus geeft uiteindelijk de doorslag. In plaats van zich af te vragen of Hij de waarheid spreekt, verwerpen zij Hem. Hier wordt ons de verdorvenheid van het mensengeslacht getekend. Maar ook de heerlijkheid van de Heer, die komt om Zijn leven te geven als een losprijs voor hen die Hem dit onrecht aandoen. Van Hem profeteerde Jesaja 700 jaar van te voren al dat Hij zijn mond niet open zou doen. Wetende wat Hem zou overkomen zei Hij kort te voren nog: Nu ben ik doodsbang. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan Mij voorbijgaan? Echter, daarop geeft Hijzelf direct antwoord: Maar hiervoor ben ik juist gekomen (Johannes 12:27,28). Vastberaden, zonder enige aarzeling volbrengt Hij zijn missie. Inderdaad, zijn haters, die hem respectloos uitjouwen hebben gelijk: zichzelf kan Hij niet redden. Daarvoor is zijn liefde voor de Vader en voor zijn haters veel te groot. Hij kiest voor zichzelf de schande omdat Hij de eer en verheerlijking zoekt van God en van ons. Hij verkiest de dood om ons het eeuwige leven te kunnen geven. Hij wil liever de smadelijkste weg bewandelen om voor ons een effen pad te plaveien die leidt tot binnen de privé vertrekken van het Huis van God. De eer van Zijn Vader en het heil van zijn haters, is het enige dat voor Hem werkelijk telt. Toen en nu!
zondag, 8. April 2012 - 22:02 uur
Het Paaswonder: geen fantasie maar historisch feit
1 Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. 2 Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. 3 Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw. 4 De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. 5 De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. 6 Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. 7 En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’ Mattheüs 28:1-7
Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft.
Het moet wel een bizarre gewaarwording voor hen zijn geweest. Ze zijn voor hun gevoel in een verkeerde film verzeild geraakt. Zij dromen nog altijd over het vrederijk, terwijl Jezus toch duidelijk gesproken had over Zijn dood en dat zijzelf verdrukking zouden lijden in een wereld, waarin ook voor hen geen plaats zou zijn. Hij heeft hen vaak gezegd dat alles wat de profeten over Hem gezegd hebben gauw zou gaan gebeuren (Lucas 18:34). De betekenis van deze woorden bleef voor hen verborgen. Zij konden het niet bevatten. Van kindsaf hebben zij begrepen dat, wanneer de Messias zou komen, Hij hun overheersers zou verdrijven. Dan zou vanuit Jeruzalem zijn heerschappij beginnen. En in plaats daarvan kwam Golgotha. Maar die droom is nu vervlogen. Ontmoedigd keerden zij terug naar huis. Zij zijn troosteloos.
Ze zijn alles kwijt. In hun doffe wanhoop denken ze niet aan de beloften die Hij hun gaf. Niemand van hen bedenkt de mogelijkheid van de opstanding. Wanneer zij een aantal vrouwen horen beweren, dat Jezus uit de dood is opgestaan, is hun eerste reactie: kletspraat! Wat dat betreft zijn de vijanden van Jezus ‘verstandiger’ dan de discipelen. Zij herinneren zich wel, zij het op het laatste moment, dat Jezus heeft gezegd dat Hij op de derde dag zal opstaan uit de dood. Voor hen zelfs de reden om het graf te verzegelen en te bewaken, opdat de discipelen het lichaam niet stiekum zouden kunnen weghalen om daarna te beweren dat Hij kennelijk is opgestaan uit de dood. Dat zou volgens hen nog erger zijn dan het feit dat Hij hen probeerde wijs te maken dat Hij God is. Maar zeg nu zelf: iemand die gedurende drie jaren herhaaldelijk in het openbaar heeft verkondigd dat Hij de Zoon van God(1), dat God zijn Vader is (2), en daarbij alles gedaan heeft wat de profeten hebben voorzegd van de door God beloofde Messias(3), is dan zijn opstanding uit de dood niet het bewijs dat Hij was, wie Hij zei te zijn? De door God beloofde Mensenzoon, de Messias? Wie kan dan nog bij zo’n overvloed van historische documentatie de opstanding van Christus loochenen? Het lege graf is een historisch feit. Kijk maar, de plaats waar Hij gelegen heeft is leeg!
vrijdag, 6. April 2012 - 18:04 uur
Loop vandaag een eindje mee met Jezus naar Golgotha
De soldaten van de prefect namen Jezus mee naar het pretorium en verzamelden de hele cohort om hem heen. Ze kleedden hem uit en deden hem een scharlakenrode mantel om, ze vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, koning van de Joden,’ en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem de mantel uit, deden hem zijn kleren weer aan en leidden hem weg om hem te kruisigen.Mattheüs 27:27-32
Terwijl sommigen alle manschappen en benodigdheden voor de kruisiging bijeenbrengen, vermaken anderen zich met het bespotten van Jezus: Gegroet, koning der joden! Eens komt de dag van het oordeel, waarop de spotters tot hun afgrijzen oog in oog zullen staan met de Koning der Koningen en de Heer der Heren die voor de tweede keer tot zijn volk zal komen en zijn troon te Jeruzalem zal bestijgen. Ook Pilatus zal er niet aan ontkomen zijn knieën eens te moeten buigen en te belijden dat Jezus werkelijk de koning der joden is, zoals hij spottend boven het kruis heeft geschreven. Morgen zien wij, dat in ieder geval sommigen van deze soldaten, onder wie een centurio, door een hevige angst overvallen tot erkenning komen dat “Hij werkelijk de Zoon van God is!” Sindsdien zijn miljoenen, die de moeite namen te ontdekken wie Jezus werkelijk is, hen gevolgd.


