Tekstversie

Zoeken naar:

Algemeen:

Startpagina

Samstag, 24. Februar 2018 - 12:54 Uhr
DE TWIJFEL VOORBIJ

DE TWIJFEL VOORBIJ


In het ND van 22 februari 2018 staat een artikel over de twijfel van christen jongeren. Die twijfel heeft zozeer geen betrekking op het bestaan van God en Jezus, maar op henzelf. 80% van hen loopt met die twijfels rond!
Zij twijfelen of ze wel genoeg aan het geloof doen (1) ruim 80%
Ben ik wel een goed christen? (2) ruim 80%
Werkt de Heilige Geest in mij ? (3) krap 70%
Ga ik naar de hemel? (4) ruim 60%
Is God aanwezig in mijn leven (5) ruim 60%

Twijfel is van alle tijden zowel bij jong als bij oud. Ook bij de Evangelische gemeenten?
Vast en zeker!

Op dezelfde dag kreeg ik een verslagje van Emke de Jager, één van mijn opvolgers van de Bijbelstand die gisteren op de huishoudbeurs in Amsterdam een bejaard echtpaar sprak dat zijn leven lang al naar de kerk gaat, maar ondanks hun gelovige inborst en biddend smeken, hevig twijfelt of ze wel behouden zijn!

Ik heb legio van zulke christenen ontmoet, die mij toevertrouwden dat ze “gereformeerd waren en HOOPTEN dat ze ook naar de hemel zouden gaan, zonder enige zekerheid te hebben (met de wanhoop nabij)!” Zij geloofden in de Bijbel van kaft tot kaft, behalve dat het voor hen bestemd was en daarmee God en Christus dus voor leugenaars hielden.

Prachtige gelegenheid hun het eenvoudige evangelie door te geven. Daarvoor gebruikte ik steevast Johannes 5:24 waar Jezus zelf met een eedzwering alle twijfel voorgoed wil wegnemen:
Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: wie mijn woord hoort en gelooft Hem die mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, maar is uit de dood overgegaan in het leven.

En als 2e het verhaal van mijn grootmoeder die 40 jaar lang leed aan open TBC en zodoende achter hun huisje in een tentje lag dat met de zon mee kon draaien. Haar levensmotto was: Mijn zorgen en moeiten vertel ik aande Heer maar mijn blijdschap deel ik met iedereen die het maar wil horen.

Op zekere dag komt haar buurvrouw vertellen dat ze de dominee had verteld over haar twijfels en die had haar de raad gegeven om maar veel te bidden. Dat zou heus helpen.
Grootmoeder vertelde haar toen dat ze daar veel vraagtekens bij zette en gaf haar het advies om niet te bidden, maar God te gaan danken dat Hij alles al gereed gemaakt had . Gewoon dankbaar aanvaarden wat God al voor haar had geregeld en daar ‘dankuwel’ tegen zeggen.

Een kwartier nadat ze was vertrokken, kwam ze grootmoeder met een van blijdschap stralend gezicht vertellen dat ze haar advies had opgevolgd en haar twijfel was verdwenen.

Daarom jonge en oudere twijfelaars adviseer ik jullie. Laat het bidden achterwege, maar ga eindelijk eens danken en aanvaardt zo het heil dat Christus voor jou aanbracht
Daarna kun je je blijdschap daarover delen. Eerst met je moeder en je vrienden en daarna pak je je mobieltje en stuur je een mailtje naar een oudste of een andere broeder om te kennen te geven dat je gedoopt wilt worden. Zo ging het ook in het boek Handelingen!

Samstag, 16. Dezember 2017 - 18:03 Uhr
Veilig en geborgen bij een lieve Vader? vergeet het maar

Welke hond gromt niet als ze zijn Baas te na komen??

Veilig en geborgen bij een lieve Vader? Vergeet het maar
 
schrijft Dick Schenkelhoek boven zijn artikel ( klik hier boven om het te lezen) over de werken van emeritus theoloog Bram van de Beek in het nd van 15-12. Dit breekt mijn mond open! Het artikel prikkelt mij om meer van Bram van de Beek te lezen omdat uit zijn aanpak duidelijk blijkt dat hij Jezus Christus en die gekruisigd als uitgangspunt en fundament van zijn theologie plaatst overeenkomstig de Schrift zelf. Dat spreekt mij bijzonder aan! Met hem vindt ik het eveneens zorgelijk dat ook in evangelische kringen van God zomaar een lieve Vader wordt gemaakt die altijd nabij is en altijd voor je zorgt (en ik voeg daar aan toe) wat je ook uitspookt! Ik kan nog veel van broer Bram en Dick leren! Maar uiteraard heb ikzelf ook wel iets van hun en mijn Vader geleerd wat ik graag delen wil. Vandaar!

Van de Beek schreef vlgs Schenkelhoek: ik citeer: “de Vader was de baas (evenals de Keizer). Hij zegende en strafte. Een goede vader is ook betrouwbaar en genadig, hij vergeeft royaal, maar altijd binnen de context van zijn gezag. Wie God mijn Vader noemt, onderwerpt zich aan Hem en treedt in het voetspoor van (Jezus).”
Onvermeld blijft hier echter, dat het hier wel gaat over een aardse vader en een aardse keizer met als enige autoriteit menselijk ‘gezag’ . Niet aan bod komt het verschil met het gezag van God onze Vader en een aardse vader. Dat maakt verschil.
Het gezag van een aardse vader gaat terug op zijn menselijke natuur, waar niet zoveel goeds van te zeggen is. Maar dat van God gaat terug op zijn Wezen. God IS licht (1Joh.1:5) en God IS liefde (1Joh 4:8,16). Dit zijn Gods wezenskenmerken uitgangspunt voor zijn handelen. Dit is het hart van God. En alle attributen die hij hanteert in zijn Godsbestuur over het mensdom, (zowel van gelovigen als ongelovigen) zoals zijn genade, barmhartigheid, zachtmoedigheid, straf en oordeel, zijn en blijven onverminderd doortrokken van zijn licht en liefde. Of hij zijn kinderen nu zegent of kastijdt – als het nodig is keihard – hij doet dat vanuit zijn wezen van licht en liefde. Als licht kan hij het duistere in mijn leven niet voorbij zien en als liefdevolle Vader, die gerechtigheid liefheeft, niet ongestraft laten. Wat dat betreft geeft hij zijn kinderen geen voorkeursbehandeling t.o.v. de ongelovigen. Wat zij zaaien moeten zij maaien in hun aardse bestaan. Maar in dit alles betoont hij zich wel degelijk als een lieve Vader bij wie Bram, Dick en Simon volkomen veilig zijn en absoluut niet ‘vergeet het maar!
Dit wil ik graag even rechtzetten. Nog niet overtuigd? Luister naar Johannes!

Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons gegeven heeft. Wij worden kinderen van God genoemd, en wij zijn het ook (1Johannes 3:1)
Johannes blijft zich constant verbazen over het feit dat hij werkelijk een kind van God is. Net als toen hij zijn evangelie schreef, is hij jaren nadien nog stomverbaasd over het feit dat hij nota bene door God geliefd wordt. Dat is toch verbazingwekkend! moet hij gedacht hebben, en noemt zichzelf “(3x) ‘de discipel die door Jezus geliefd werd.’ In deze brief roept hij ons op te bedenken hoe groot de liefde van de Vader wel moet zijn, die ons ‘kinderen van God’ noemt! En voegt er dan meteen in fortissimo de juichkreet aan toe: en dat zijn wij ook! Het gaat Johannes niet alleen om de liefde van de Zoon maar ook om de liefde van de Vader!
Beeld je eens in! Abram en Izak (Genesis 22) bestijgen ‘samen’ (3x zo gingen die beiden tezamen) de berg Moria! Evenzo liepen de Zoon en de Vader vanaf de kribbe en de via Dolorosa naar Golgotha. Voor Bram, Dick en mij! Onvoorstelbare liefde van zowel de Vader als de Zoon.
Lieve Vader? Nou en of!

Mittwoch, 13. Dezember 2017 - 15:18 Uhr
Het onvoorwaardelijk geloof van atheïsten

Het onvoorwaardelijk geloof van atheïsten

In het ND van 13-12-2017 trekken twee artikelen mijn aandacht: De helft van de mensen op de wereld, gelooft in buitenaardse beschavingen. Van de Nederlanders gelooft nog altijd 28 procent daarin. ( wat mij betreft dus een meevallertje!) Het artikel besluit met: Overigens geloven weinig mensen dat het leven op aarde ontstaan is uit buitenaards leven. Slechts een kwart van de ondervraagden is die mening toegedaan. Hieruit blijkt dus zonneklaar dat óp weinigen na, maar minstens zeker de helft van de mensheid, zijn vertrouwen stelt in beweringen en veronderstellingen van wetenschappers die hun leven vullen met het zoeken in de ruimte naar bewijzen van buitenaardse beschavingen die tot op heden nog nooit zijn gevonden. En zelfs wanneer ze die zouden vinden, zegt dat nog helemaal niets over het vaste geloof van de weinigen van de mensheid die geloven dat de wereld is ontstaan uit buitenaards leven (God als Schepper). In het tweede artikel betoogt Marjolein Stip • masterstudent biomedische wetenschappen aan de Universiteit Leiden, hoe onlogisch het is dat veel wetenschappers het buiten- of bovenaardse uitsluiten in hun onderzoeksresultaten.

Onvoorwaardelijk atheïstisch geloof
De vraag waardoor deze ‘streng-gelovige ongelovigen’ worden gedreven om hun veronderstellingen te bewijzen is dus onoverkomelijk!Wat voor logica hanteren wetenschappers als Dawkins, Philipse en consorten? Hoe is dat te rijmen met hun bewijsvoeringen dat er geen buiten- of bovenaards God kan bestaan, wanneer zij desondanks (tevergeefs tot nu toe) naarstig op zoek zijn naar – jawel – buitenaards leven? Maken zij zichzelf daarmee niet ongeloofwaardig c.q. belachelijk?

Hoofd of hart?
In ieder geval is ( in God geloven) volgens Bijbelse maatstaven geen kwestie van intellect, maar van moraal. Het intellect speelt hierin nauwelijks of geen rol. De dwaas zegt in zijn hart( niet met het verstand) er is geen God! Aan elk schepsel, die verstand heeft, openbaart God zich in de schepping, ook aan mensen als Dawkins en Philipse. Wanneer echter iemand er voor kiest deze openbaring te negeren, bewijst hij daarmee een existentieel moreel probleem te hebben! Johannes zegt het zo: de mensen hebben de duisternis meer liefgehad dan het licht, want hun werken waren boos.
Laten we bidden dat hun de schellen nog eens van de ogen mogen vallen om te erkennen wat tot hun vrede dient.

Montag, 25. September 2017 - 12:59 Uhr
Genuanceerd denken over evolutie

Volgens prof. Van den Brink is het daarom goed om over de evolutietheorie genuanceerd te denken. Op het scherm voorin de kerkzaal projecteert hij een schaal van 0 tot 100. „Er zijn dingen die we absoluut zeker weten, daar zijn we van overtuigd. Een prachtige uitspraak in de Bijbel is die van Job, die midden in zijn ellende zegt: Ik weet, mijn Verlosser leeft. Dat is de onaantastbare zekerheid van het geloof. Er zijn ook dingen die wij niet zo zeker weten, maar wel bijna zeker.(citaat RD 23-9-2017)

Commentaar:
Het meest merkwaardige van Prof. van de Brinks redenering en verdediging van zijn ingenomen standpunt (schepping door evolutie) is wel zijn citaat van Job, die toen hij alles wat hij bezat was kwijtgeraakt, behalve God, in zijn ellende uitriep: ik weet: mijn Verlosser leeft!

Even nader nuanceren
Je vraagt je af of van de Brink, toen hij volgens zijn eigen (eerder) zeggen, overmeesterd werd door de vele bewijzen van de evolutietheorie en zijn worsteling daarmee, vergelijkbaar is met die van Job destijds.
Dit citaat is wel heel selectief gekozen, één van de weinige positieve getuigenissen die Job over God geeft in zijn jammerklacht die hij 31 hoofdstukken lang volhoudt. Maar daarna duikt Elihu als uit het niets op als de scheidsrechter om wie Job gevraagd heeft in Job 9:33. Elihu’s toorn ontbrandt tegen Job die zich rechtvaardig tegenover God waant en tegen zijn drie vrienden omdat zij geen antwoord vinden en desondanks Job schuldig verklaren.
M.a.w. de laakbare Job ( en in navolging v.d.Brink), die de weg even helemaal kwijt is, houdt zich als allerlaatste redmiddel krampachtig vast aan zijn Verlosser.
Of deze uitleg van het citaat overeenstemt met van de Brinks bedoeling bij het citeren van: ik weet, mijn Verlosser leeft, betwijfel ik sterk.

De meest actuele vraag die niet alleen Gijs van de Brink zich zou moeten stellen is, denk ik. “In hoeverre neem ik een laakbare positie in ten opzichte van Hem die tegen Job zegt: Wie is het toch, die het raadsbesluit verduistert met woorden zonder verstand? Waar was jij, toen ik de aarde grondvestte?”

Wat zou het zegenrijk zijn wanneer iedereen, ook zij die zich intelligenter achten dan ‘gewone gelovigen’ (zulke zijn er blijkbaar!) Job zouden navolgen en belijden: ‘ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik niet begreep ... Ik wil U ondervragen, opdat Gij mij onderricht. Slechts van horen zeggen had ik van u vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd. Daarom herroep ik en doe boete in stof en as...’

Zou iemand dat nog kunnen anno 2017??? Merkwaardig fenomeen: iets willen bewijzen dat niemand keihard bewijzen

Donnerstag, 20. Juli 2017 - 11:34 Uhr
Schepping, evolutie of wishfull thinking?

Kinder-lyk van Vondel

Constantijntje ’t zalig keindje
Cherubeintje van omhoog
D'ydelheden, hier beneden,
uitlacht met een lodderoog.

Het ingezonden van Gerlof Luhof: Wordt als een kind, in het ND van 26 juni ( lees bovenstaande link), bracht mij Vondels zoontje Constantijn voor de aandacht, voor wie de ijdelheden hier beneden – gezien vanuit de hemel - een bron van amusement is. Intussen heb ik besoten dit voorbeeld te volgen. Al ettelijke keren heb ik in mijn leven deze discussies voorbij zien komen en er enthousiast aan meegedaan. Wellicht kan ik er iemand (al is het maar éént je) mee helpen door te geven wat ik van Salomo heb geleerd van wie de Schrift vermeldt dat er ook na hem niemand hem zal overtreffen in wijsheid; en van wie Vondel geleerd heeft dat alles hier beneden ijdelheid is, behalve het vrezen van God. Ik bevind me dus in goed gezelschap wanneer ik rigoreus afstand neem van de wijzen van deze wereld, die zich de ijdelheid permitteren om zich voor te laten staan op hun persoonlijke interpretaties van wat zij door onderzoek aan de weet zijn gekomen en waarover zij uitgebreid en eindeloos discussiëren, zonder het ooit eens te worden. Van Salomo leerde ik dat God de eeuw in het hart van de mens heeft gelegd, maar het ontdekken van het begin tot einde van zijn werk, buiten het bereik van ons bevattingsvermogen heeft gelegd , zodat wanneer iemand zegt dat hij dat wel weet , zichzelf diskwalificeert! (Prediker 3:12 en 8:16)
Natuurlijk, er zijn genoeg theologisch kunstgrepen te bedenken om Salomo en het Woord iets anders in de mond te leggen. Ook Salomo zelf heeft niet altijd zijn eigen wijsheden gepraktiseerd. Hij is daarin zelfs ernstig tekort geschoten. Zijn tekortschieten en de gevolgen daarvan zijn daarom extra reden zijn woorden niet in de wind te slaan. Daarnaast heb ik tenslotte nog meer goede redenen om net als Constantijntje met een lodderoog en een big smile deze wetenschappelijke ijdelheden geamuseerd gade te slaan. Er komt namelijk een dag waarop Christus die door zijn Woord het heelal schiep, zijn gekochten zal opnemen en hen, als in een tijdmachine met snelheden groter dan die van het licht, terug zal voeren in de tijd tot aan de grens van de achterliggende eeuwigheid; tot daar waar Genesis 1:1 begint: in den beginne schiep God de hemel en de aarde ; het begin van de tijd! Ieder, creationist zowel als de evolutionist, die nu - niet zelden met hete hoofden en koude harten -tegenover elkaar staan, zou dan wel eens dezelfde vraag voorgelegd kunnen krijgen die Jezus eertijds aan zijn kibbelende discipelen stelde: “Waarover hebben jullie onderweg met elkaar gesproken?” En waarschijnlijk zullen zij dan hetzelfde veelzeggend antwoord geven als eertijds de discipelen : “Zij zwegen stil, omdat zij onderweg met elkaar erover gesproken hadden, wie de meeste was “(Marcus 9:34) Eerder zal, ben ik bang, deze discussie niet verstommen. Er is maar één blijvertje: Gods Woord houdt stand in eeuwigheid!

Neuere Beiträge  

Anmelden