U bevindt zich hier:

Geloofsopbouw

Streuper&Streuper

Prikkels

Discussie

Zoeken naar:

Algemeen:

Startpagina

N(i)et echt

Bert Streuper

Pa, meer dan ooit worden we afgeleid van het echte leven - van de essentie van ons bestaan. Er is erg veel nep om ons heen en we verwisselen dit met zaken waar het in ons leven om zou moeten gaan. We zijn onder de indruk van het namaakleven en vervreemden van het ‘hart’ van het leven zoals God het heeft bedoeld. Dit proces gaat langzaam - zo langzaam, dat we het haast niet door hebben.

We communiceren bijna voortduren met een groot aantal mensen via mobieltjes en computers. Maar vrijwel altijd gaat het slechts om uitwisseling van informatie: Waar ben je? Wat eten we vanavond? Hoe laat begint die vergadering? Kun je mij de notulen van de vorige vergadering nog even mailen? Kan ik morgen met je meerijden? Miljoenen mensen zitten ’s avonds voor de televisie en kijken daar met een oog naar en met het andere oog wordt het scherm van hun mobieltje bekeken, waar intussen allerlei berichten binnenkomen en worden verzonden. Ik overdrijf niet! Tegelijkertijd zijn miljoenen mensen eenzaam en stranden vele huwelijken en andere relaties, doordat we niet voldoende hebben geleerd om stil te zijn en te luisteren naar elkaar: communiceren van hart tot hart. Zoals ik zei, we worden afgeleid van de essentie van menszijn: God liefhebben en elkaar liefhebben. We zijn druk doende met het nagemaakte leven. Voetballen doen velen zittend achter de computer. Het is net echt! Kleurige vissen kronkelen over ons computerscherm – haast niet van echte vissen te onderscheiden. We vinden het allemaal prachtig! Maar voetballen doe je buiten, in een team, hardlopend en zwetend. Felgekleurde vissen op je computerscherm is leuk, maar wil je echte vissen zien zwemmen, dan moet naar buiten, naar zee, of naar de sloten langs de weilanden. Toch? Er schiet mij een grapje te binnen. Een klein meisje uit een grote stad loopt door een bos van naaldbomen. Ze snuift de lucht op, kijkt omhoog naar haar vader en zegt: Het ruikt hier naar dennenshampoo, pap.

Pa, ik wil lévendichtbij God en de mensen om mij heen. Ik wil weer onder de indruk komen van Gods unieke schepping en schepselen en weten wat er in de mensenharten omgaat. Ik wil verrukt zijn over de beestjes die kunnen vliegen en de enorme houten omvangrijke bloeiende en groeiende palen die wij ‘bomen’ noemen. Ik wil opnieuw onder de indruk komen dat ik een kind van God ben geworden. Ik wil – zonder mij geheel af te zonderen van de cultuur waarin ik leef - terug naar de essentie van het leven: Het leven met God en de mensen om mij heen.



Bert, tijden veranderen en de mensen veranderen mee. Maar volgens Salomo is het niet verstandig om te denken dat het vroeger beter was en er in het verleden minder verleidingen waren om het ‘echte leven’ los te laten. Het hart van de wijze kent tijd en wijze (Pr.8:5) En het maakt niet uit of je in de tijd van Salomo of in de tijd van Jan Peter Balkenende leeft; in de tijd van de trekschuit of in de tijd van ‘SM-essen’ en ‘MS-ennen’. Ten opzichte van de gelovigen in Salomo’s tijd hebben wij zelfs een geweldige voorsprong. Zij konden persoonlijk niet zeggen ‘dat Hij die in ons is, machtiger is dan hij die in de wereld heerst (1Jh4:4)’. Daarom maakt de cultuur waarin een gelovige leeft geen fluit uit. Het is een probleem van alle tijden en alle plaatsen, omdat het probleem voortvloeit uit onszelf en alles heeft te maken met onze zwakheden, waar onze Hogepriester gelukkig in mee kan voelen(Hb4:15).
Om misverstanden te voorkomen, Bert, raad ik je aan om je in het geheel niet af te zonderen van de cultuur waarin je leeft, maar er middenin te staan! Neem er goed kennis van. Dat betekent natuurlijk niet dat je je moet storten in alles wat zich in onze cultuur als zodanig aandient en je van alles op de hoogte moet zijn. Maar als christenen maken we deel uit van de cultuur waarin we leven en Christus stuurt zijn ogenschijnlijk kwetsbare discipelen wel die cultuur in, hoewel Hij als geen ander weet dat zij als lammeren onder de wolven verkeren. Dat heeft alles te maken met onze roeping. Wanneer wij niet zouden deelnemen aan die cultuur, zouden wij er geen enkel besef van hebben hoe verslavend en onontkoombaar het voor de massa is zich te onttrekken aan deze cultuur-zonder-God. Zo zien we dat mensen willoos naar de slachtbank geleid worden door de god van deze cultuur. Wie dat niet ziet heeft niet de minste behoefte om het licht van het evangelie om zich heen te laten schijnen. Zelfs het licht dat wij door Gods Woord ontvingen zou langzamerhand uitdoven. De duivel zou het fantastisch vinden wanneer wij met zijn allen en ieder voor zich vroom zouden gaan zitten doen op ons stekje op het christelijke eiland met onze ‘sm-esjes' en onze ’ms-ennetjes’. Gezeten op een dergelijk eilandje heb je er geen idee van hoe rijk God ons in Christus heeft gezegend in vergelijking met hen die God niet kennen en hun vreugde moeten beleven aan een vleugje religi-zonder-God en de cultuur die weliswaar in menig opzicht overweldigend is (denk alleen maar aan de architectuur) maar niet rijk is in God. Dat is armoede troef. Trouwens die leuke ‘hebbedingetjes’ waarmee sommigen zich geestelijk (en vaak óók letterlijk) arm communiceren, kunnen wij nuttig maken als slaven van Christus en medewerkers van God. Reuze handig zelfs.
Jouw constatering bewijst dat jij niet op jezelf bent aangewezen, maar dat de Geest van God in je werkt. Wanneer er iets niet helemaal lekker loopt in je leven, waardoor het werk van de Heer belemmerd zou kunnen worden, brengt Hij dat onder je aandacht. Opeens staat je dan heel helder voor de geest waar je schoen wringt en ga je tot God roepen – zoals je al deed - (maar met een minimale wijziging):

‘Hemelse Vader, ik wil lévendichtbij God en de mensen om mij heen. Ik wil weer onder de indruk komen van Uw unieke schepping en schepselen en weten wat er in de mensenharten omgaat. Ik wil verrukt zijn over de beestjes die kunnen vliegen en de enorme houten omvangrijke bloeiende en groeiende palen die wij ‘bomen’ noemen. Ik wil opnieuw onder de indruk komen dat ik een kind van U ben geworden. Ik wil – zonder mij af te zonderen van de cultuur waarin ik leef - terug naar de essentie van het leven: Het leven met U en de mensen om mij heen’.


Leef dan!

Simon Streuper

Ga je gang Bert, dóe het, LËËF, het kán, want: Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht. (2Pt1:3).

Bert, tijden veranderen en de mensen veranderen mee. Maar volgens Salomo is het niet verstandig om te denken dat het vroeger beter was en er in het verleden minder verleidingen waren om het ‘echte leven’ los te laten. Het hart van de wijze kent tijd en wijze (Pr.8:5) En het maakt niet uit of je in de tijd van Salomo of in de tijd van Jan Peter Balkenende leeft; in de tijd van de trekschuit of in de tijd van ‘SM-essen’ en ‘MS-ennen’. Ten opzichte van de gelovigen in Salomo’s tijd hebben wij zelfs een geweldige voorsprong. Zij konden persoonlijk niet zeggen ‘dat Hij die in ons is, machtiger is dan hij die in de wereld heerst (1Jh4:4)’. Daarom maakt de cultuur waarin een gelovige leeft geen fluit uit. Het is een probleem van alle tijden en alle plaatsen, omdat het probleem voortvloeit uit onszelf en alles heeft te maken met onze zwakheden, waar onze Hogepriester gelukkig in mee kan voelen(Hb4:15).
Om misverstanden te voorkomen, Bert, raad ik je aan om je in het geheel niet af te zonderen van de cultuur waarin je leeft, maar er middenin te staan! Neem er goed kennis van. Dat betekent natuurlijk niet dat je je moet storten in alles wat zich in onze cultuur als zodanig aandient en je van alles op de hoogte moet zijn. Maar als christenen maken we deel uit van de cultuur waarin we leven en Christus stuurt zijn ogenschijnlijk kwetsbare discipelen wel die cultuur in, hoewel Hij als geen ander weet dat zij als lammeren onder de wolven verkeren. Dat heeft alles te maken met onze roeping. Wanneer wij niet zouden deelnemen aan die cultuur, zouden wij er geen enkel besef van hebben hoe verslavend en onontkoombaar het voor de massa is zich te onttrekken aan deze cultuur-zonder-God. Zo zien we dat mensen willoos naar de slachtbank geleid worden door de god van deze cultuur. Wie dat niet ziet heeft niet de minste behoefte om het licht van het evangelie om zich heen te laten schijnen. Zelfs het licht dat wij door Gods Woord ontvingen zou langzamerhand uitdoven. De duivel zou het fantastisch vinden wanneer wij met zijn allen en ieder voor zich vroom zouden gaan zitten doen op ons stekje op het christelijke eiland met onze ‘sm-esjes' en onze ’ms-ennetjes’. Gezeten op een dergelijk eilandje heb je er geen idee van hoe rijk God ons in Christus heeft gezegend in vergelijking met hen die God niet kennen en hun vreugde moeten beleven aan een vleugje religi-zonder-God en de cultuur die weliswaar in menig opzicht overweldigend is (denk alleen maar aan de architectuur) maar niet rijk is in God. Dat is armoede troef. Trouwens die leuke ‘hebbedingetjes’ waarmee sommigen zich geestelijk (en vaak óók letterlijk) arm communiceren, kunnen wij nuttig maken als slaven van Christus en medewerkers van God. Reuze handig zelfs.
Jouw constatering bewijst dat jij niet op jezelf bent aangewezen, maar dat de Geest van God in je werkt. Wanneer er iets niet helemaal lekker loopt in je leven, waardoor het werk van de Heer belemmerd zou kunnen worden, brengt Hij dat onder je aandacht. Opeens staat je dan heel helder voor de geest waar je schoen wringt en ga je tot God roepen – zoals je al deed - (maar met een minimale wijziging):

‘Hemelse Vader, ik wil lévendichtbij God en de mensen om mij heen. Ik wil weer onder de indruk komen van Uw unieke schepping en schepselen en weten wat er in de mensenharten omgaat. Ik wil verrukt zijn over de beestjes die kunnen vliegen en de enorme houten omvangrijke bloeiende en groeiende palen die wij ‘bomen’ noemen. Ik wil opnieuw onder de indruk komen dat ik een kind van U ben geworden. Ik wil – zonder mij af te zonderen van de cultuur waarin ik leef - terug naar de essentie van het leven: Het leven met U en de mensen om mij heen’.

Ga je gang Bert, dóe het, LËËF, het kán, want: Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht. (2Pt1:3).